U bent nu hier: Home Vorig concert
Vorig concert Afdrukken E-mailadres

 

Zondagmiddag 22 januari 2012

15.30 uur in de Jacobuskerk in Rolde

het Byzantijnskoor Drenthe o.l.v. Johan Rodenhuis


Het Byzantijnskoor Drenthe op 22 januari 2012 in de kerk in Rolde
45 Enthousiaste mannen zingen Byzantijnse en Kozakkenliederen in de Jacobuskerk te Rolde. U kent ze vast wel want ze traden al vaak op in onze provincie. Het Byzantijnskoor Drenthe zal op zondag 22 januari een concert geven met een keur aan geestelijke en wereldlijke liederen. Het concert begint om 15.30 uur. Kaarten te verkrijgen via www.rolderconcerten.nl en boekhandel Iwema in Assen.
Het koor vertolkt op onnavolgbare wijze hoogstaande Byzantijnse kerkelijke zang, vol plechtige klanken en verhalend van karakter. Ook meer wereldlijke gezangen uit de Byzantynse koortraditie hebben hun plaats gevonden bij dit magnifieke koor. O.a werken van Bortniansky, Archangelsky, Tchaikovsky, e.a.
Onlosmakelijk met Rusland verbonden zijn de Kozakken (lijfeigenen en boeren) en hun muziek. Vanwege onderdrukking vluchtten zij uit Moskovië, Polen en Litouwen en hielden zich vanaf de 15e eeuw als zwervende burgers op in de steppen van Zuid-Rusland. Mensen  als Stenka Razin en Poegastjov leidden vele opstanden. In de 17e eeuw stichtten de “Zaporozje-Kozakken” in de Oekraïne een aparte Kozakkenstaat.Van groot belang voor de uitbreiding van Rusland waren de Don-Kozakken. In de muziek belangrijk geworden is het beroemde Don-Kozakkenkoor.
U krijgt op 22 januari een zeer gevarieerd programma aangeboden door het Byzantijnskoor Drenthe waarbij een staalkaart van wereldlijke en geestelijke liederen ten gehore wordt gebracht.

 

Zondagmiddag 18 december 2011: Sintiromarus

Weinig concerten verkregen zoveel en langdurige nagalm als dat van het zigeunerensemble  Sintiromarus op 13 december 2009, Wij hebben dit ensemble gevraagd weer een combinatie van klassieke werken te spelen én zigeunermelodieën die daarvoor inspiratie leverden.

 

Toelichting op het programma van Sintiromarus op 18 december 2011

1.    Bela Bartok (1881 – 1945) – Vioolduetten

De 44 Duo’s voor twee violen ontstonden in 1931. De vioolpedagoog Eric
Doflein werkte in die tijd aan een vioolmethode en verzocht Bartok een paar gemakkelijke duetten te schrijven. Dit verzoek inspireerde Bartok
in hoge mate en hij stuurde onmiddellijk de Zevenburgse dans (duo
nr.44) naar Doflein. Helaas,te moeilijk. Doflein vroeg om gemakkelijker
stukken. 43 Duo’s ontstonden kort daarop. Bartok ontleende zijn stof aan
Hongaarse, Slowaakse, Roemeense, Oekraϊense, Servische en Arabische
volksliederen: hij ordende de duetten zelf naar moeilijkheidsgraad.
Het doel van deze duo’s: de vioolleerlingen moeten in de eerste jaren voordrachtsstukken krijgen die zowel de ongezochte eenvoud van de
volksmuziek als hun melodische en ritmische bijzonderheden bevatten.


2.    Johannes Brahms  (1833 – 1897)  - Hongaarse Dansen 1 &    5.

De Hongaarse dansen zijn een verzameling van 21 dansen voor piano
vierhandig. Alleen de nummers 11, 14 en 16 zijn originele composities
van Brahms. De melodieën van de andere dansen zijn een bewerking van
bestaande melodieën.
Het zijn echter geen Hongaarse volksliederen maar thema’s die Brahms
kende via de violist Eduard Reményi .
Deels zijn ze van hemzelf en deels van andere componisten uit de Hongaarse folklore uit die tijd.

Nr 1 – Allegro molto, één van de meest populaire. Het thema komt uit de Czardas van Särkozy.
Nr  5 – Allegro dit is wel de meest bekende dans, maar zelfs deze is ge-
baseerd op de Czardas Bártfai emlek (herinneringen van Bartfa) van Keler Bela. Brahms meende ten onrechte dat dit een traditioneel volkslied was.


3.    Goran Bregovic (1950 - ……….) – Ederlezi
Ederlezi is een populair, traditioneel  volkslied van de Roma-minderheid
in de Balkan. Ederlezi betekent Lentefeest. Op de Balkan en in Turkije
wordt met dit lied, op 6 mei, de terugkeer van de Lente gevierd.
Het lied werd gebruikt in de film Time of the Gypsies in de versie van
Goran Bregovic, die het lied beroemd maakte.
Het lied wordt ook wel gespeld als: Herdeljez en Hidirelle

4.    Ciprian Porumbescu (1853 – 1883) Ballade

Porumbescu was een Roemeens componist. Geboren in Şipotele Sucevei  . Hij was één van de meest gevierde componisten van zijn tijd. Hij studeerde aan het Konservatorium für Musik und Darstellende Kunst en later bij Anton Bruckner. Tot zijn belangrijkste werken behoren het lied Crai nou, Lied voor de 1e Mei, de Ballade voor Viool en orkest en Romanian Rhapsodie.
De Ballade, in 1889 voltooid, is zijn bekendste werk. Het is een stuk vol
poëzie en bittere nostalgie, met licht en schaduw, een mix van zang en
dans.

5.    Traditional Hungarian – Latcho Day    
Uit de film Latcho Drom. Hierin gaat het over de Roma die 1000 jaar
geleden uit het Noorden van India naar het Westen trokken. Vanaf de 14e
eeuw leven zij nu in heel Europa. De naam Latcho Drom betekent “Veilige
reis”.

6.    Traditional Rumanian – Lumé Lumé
Lume Lume, sora lume  ---- Wereld, wereld, zuster van de wereld.
Cind sa ma Satur de Tine---Wanneer zal ik genoeg van je hebben?

Vooral beroemd geworden door de indringende uitvoering van
Maria Tănase.

7.    Traditional Balkan – Mahala
Muziek die ontstond in de Mahala, de buitenwijkse sloppenwijken van Roemenië en Moldavie. Mahala betekent “wijk”. Raϊ Banda is een muzikant die een eind heeft gemaakt aan de nep-folklore in de cafés in Boekarest en de authentieke traditionele    muziek weer heeft doen herleven.

8.    Traditional Hungarian – Sombre Dimanche
“Sombere Zondag” is een lied dat gecomponeerd werd door de Hongaarse
pianist en componist Rezsö Seress. Het werd in 1933 gepubliceerd als
Vege een világnak (Einde van de Wereld).
Er is een terugkerende, plaatselijke, legende waarin beweerd wordt dat
veel mensen zelfmoord zouden plegen wanneer ze dit nummer hadden
gespeeld.
De basis van Seress teksten is echter:  verwijt aan de onrechtvaardigheden van de mens met een gebed tot God om genade voor
de moderne wereld en de mensen die kwaad hebben begaan.

9.     Traditional Serbian  - Mundo Čoček
Čoček is een muzikaal genre en een dansvorm die in de Balkan tijdens de
vroege 19e eeuw is ontstaan.  Mundo Čoček betekent eigenlijk
De Wereld van Zang en Dans (in de Balkan). Door de eeuwen heen werd
deze muziek bewaard door de Roma-minderheden en werd grotendeels
gebruikt bij bruiloften en banketten in de dorpen.
Wat de dans betreft werd Čoček van oudsher gebruikt voor buikdansen.
Bij de internationale volksdansgroepen wordt Čoček gedanst op vele
melodieën.

10.Traditional Hungarian – Basso
Helaas! Geen informatie voorhanden.

harm timmer 2011

 

Barokensemble Il presente met her programma "Zachte ketenen"

Vokale werken:

Vivaldi     All'ombra di sospetto Cantate per soprano, flauto traverso e basso continuo.
Handel     Quel fior che all'alba ride (sopraan en BC)
Handel     Susse Stille, sanfte Quelle (uit Neun deutsche arien)
Pepusch    Corydon, Cantate voor sopraan, fluit en BC
Bach     Ei! Wie smeckt der Coffee susse (uit Kaffee-Kantate)


Instrumentaal:
Locatelli fluitsonate nr.6
Vivaldi sonate voor cello en BC nr. 7
klavecimbel-solo



Dit is een gevarieerd programma met werken van de grote barokcomponisten met soms een luchtige dan weer een serieuze noot.

Naast cantates, die alle (on)mogelijke aspecten van de liefde bezingen, krijgt u ook de gelegenheid om de traverso en de barokcello als soloinstrument te beluisteren.

Il Presente

Vier musici die hun sporen verdiend hebben in binnen-en buitenland zijn een inspirerende samenwerking aangegaan:
Ivette van Laar (sopraan), Gerdien Romeijn (traverso), Marike Tuin (gamba) en Pauline Schenck (klavecimbel) bieden u in november en december 2011 een concertprogramma met adventsmuziek.
De vier musici werkten vorig jaar voor het eerst in deze bezetting samen. Er was meteen veel plezier bij het samenspel, en de wens om dit veel vaker te doen. Tot nu toe resulteerde dit in twee programma’s: een programma rond De Fesch in het Reincken-festival (Deventer) en een adventsprogramma, met muziek van J.S.Bach en G.F.Telemann.
De musici staan garant voor een levendig spel, authentieke uitvoeringspraktijk, en hun aansprekende programmatoelichtingen tijdens het concert .

Curricula:
Ivette van Laar (1978) is een eigenzinnige zangeres met een grote voorliefde voor onbekend en liefst ook theatraal repertoire. Stijlperiodes zijn hierbij divers. Van Oude Muziek (Monteverdi, Strozzi, Bach e.d.) tot Hedendaags repertoire (Berio, Loevendi, Taggatz, Kilpinen, Cage en vele anderen).

Ivette van Laar studeerde bij Anne Haenen aan het Conservatorium Enschede, waar zij in 2002 haar Bachelor diploma haalde. Zij volgde masterclasses bij o.a. Roberta Alexander, Charles van Tassel. In 2006 sloot zij de vervolgopleiding muziek af aan de Messiaen Academie (Arnhem/Enschede) bij Harry van Berne, Marien van Nieukerken en Pierre Mak, waarbij zij zich richtte op muziektheater en zich bovendien specialiseerde op het werken met de kinderstem.

De afgelopen jaren werkte Ivette van Laar aan verschillende opera en muziektheaterproducties mee, waaronder in het najaar van 2010 de rol van Susanna in Le Nozze di Figaro van W.A. Mozart.
In oratoria was zij solistisch te horen in werken van o.a. Carissimi (de Filia in Historia di Jepthe), Haydn (Stabat Mater), Vivaldi (waaronder het Magnificat en All' ombra di sospetto), Taggatz (Lukas Passion) en J.S. Bach (Weihnachtsoratorium en diverse cantates).


Met gitarist Jaap Majoor vormt Ivette van Laar sinds 2004 " duo'78 ". Zij gaven reeds vele concerten in Nederland, Duitsland en Frankrijk. In 2008 kwam hun eerste CD uit..


Gerdien Romeijn
studeerde dwarsfluit bij Rien de Reede en Emile Biessen, haar traverso-opleiding ontving zij van Wilbert Hazelzet.
Sinds 2006 is zij solofluitiste van barokorkest Concerto Barocco.
Samen met violist Rémy Baudet, klavecinist Dirk Luijmes en celliste Inja Botden maakt zij deel uit van barokensemble Le Zéphyre. Met dit ensemble en verschillende ad-hoc ensembles gaf zij concerten in binnen- en buitenland.
Als docente dwarsfluit en traverso is zij verbonden aan de Muzehof in Zutphen.



Marike Tuin
studeerde viola da gamba bij Sarah Cunningham in Ierland, bij Mieneke van der Velden aan het Conservatorium van Amsterdam en bij Philippe Pierlot en Anneke Pols aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Tevens studeerde zij barokcello aan het Conservatorium van Amsterdam bij Wouter Möller en Jaap ter Linden. Zij speelde in orkesten en ensembles als Il Concerto Barocco, the Rose Quartet, het Frankfurter Barockorchester en het Uranie Chamber Ensemble. Marike nam deel aan masterclasses viola da gamba tijdens de 'Berliner Tage Alter Musik' bij Rainer Zipperling, tijdens het internationale festival voor oude muziek in Innsbruck bij Wieland Kuijken en bij Jordi Savall in Catalonië.
In de passietijd is Marike in het hele land te vinden als celliste en gambiste in de Johannes- en Mattheuspassion.
Marike bespeelt een cello gebouwd door Benjamin Banks in 1777, haar in bruikleen gesteld door Eduard van Tongeren, vioolbouwer te Haarlem en haar barokstok, gebouwd door Pieter Affourtit, heeft ze in bruikleen van het Nationaal Muziekinstrumentenfonds.


Pauline Schenck
speelt al sinds haar vroege jeugd klavecimbel. Sinds haar 17e studeerde ze
aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam en behaalde daar in 1987 haar diploma hoofdvak klavecimbel. Zij volgde lessen bij Anneke Uittenbosch, Ton Koopman en Gustav Leonhardt. Ze begeleidde o.a. de zangklassen van Max van Egmond en Rene Jacobs.

Pauline Schenck woonde en werkte lange tijd in Zweden. Zij verwierf zich daar behalve als klavecinist en continuospeelster ook naam als coach van zangers. Zij was betrokken bij de instudering en uitvoering van talloze opera’s, oratoria en passies en werkte nauw samen met verschillende regisseurs. Bovendien verdiepte zij zich uitvoerig in het orgelspel en was kantor-organist van het prachtige barokkerkje te Brämhult. Pauline Schenck  was gastdocent  klavecimbel en interpretatie van barokzang aan de muziekhogeschool te Hjo.

Sinds een aantal jaar woont en werkt Pauline Schenck weer in Nederland. Zij is continuospeelster bij het Zelenka-kwartet, en bij diverse barok-ad-hoc-formaties.  Ook  is zij vaste coach en klaveciniste van het vocaal ensemble Ottetto. Voor dit ensemble maakte Pauline Schenck verschillende scènische programma’s die veel bijval kregen. Ze is bovendien een veelgevraagd continuospeelster bij koren en orkesten. Als docent is zij verbonden aan Musica Allegra.

Zondagmiddag 27 november :Theatervoorstelling Liszt

 

 

 

Op zondag 6 november a.s. spelen Klaas Hofstra (acteur) en  Regina Albrink (piano) in een unieke toneel- en muziekvoorstelling episodes uit het leven en het oeuvre van Frans Liszt. De theatervoorstelling wordt georganiseerd door de Culturele Vereniging Rolde en  Stichting Rolder Concerten.

In de voorstelling schetsen Regina Albrink en Klaas Hofstra een beeld van een man die heen en weer wordt geslingerd tussen geestelijke en lichamelijke begeerten. Verscheurd door de losbandigheid van het leven met onstuimige relaties en zijn drang naar het celibaat van het priesterschap.

Liszt was een man van uitersten. Na een aantal jaren depressief te zijn geweest ontstond een kentering bij het uitbreken van de Franse Revolutie. Alsof hij door het gebulder van de kanonnen was wakker geschud, stortte hij zich weer vol overgave op de muziek en de hartstocht. Zijn enorme reislust kwam terug, maar ook een drang naar de afzondering van het klooster. Als pianist werd  hij bejubeld, maar als componist miskend. Zijn composities zijn zeer uiteenlopend maar hebben gemeen dat ze hoge technische eisen stellen aan de pianist.

In Weimar beleefde hij als dirigent ware triomfen met de uitvoering van werken van zijn schoonzoon Richard Wagner, maar nam ontslag toen een hofkliek tegen hem samenspande.
Wie was deze man die heel Weimar liet wenen vanwege zijn stichtelijke voorbeeld?
Waardoor lagen de vrouwen tot aan het eind van zijn leven aan zijn voeten?
Brieven en ontboezemingen van hemzelf, geliefden, bewonderaars en rivalen geven antwoord op deze vragen.


Op zondag 23 october a.s., zal het duo Daniëlle Buizer – Annemieke Boot de concertreeks van de SRC voor het nieuwe seizoen 2011 – 2012 voortzetten.

Annemieke Boot begon op 8-jarige leeftijd met pianolessen. Tijdens haar middelbare school werd zij voor de vooropleiding van het Noord Nederlands Conservatorium aangenomen. In 2003 studeerde zij af. In 2004 studeerde zij ook af op de viool. Met Mara van Pommeren ontwikkelt zij een bijzondere lesmethode voor jonge kinderen. Bij het Prinses Christina Concours won zij een eervolle vermelding.

De 26-jarige celliste Daniëlle Buizer weet met haar Nederlands-Kameroense temperament het publiek altijd te betoveren. Zij trad als soliste op met diverse orkesten in binnen- en buitenland en was te horen in grote zalen, zoals het Concertgebouw, het Muziekgebouw aan ’t IJ en de Oosterpoort (Groningen). “Kijken naar muziek ... Het kan heel goed. Haar vingers rennen over de snaren.”

Op het programma in Rolde staan werken van Schumann, Tsjaikovsky en Schubert.
Met dit prachtige repertoire brengen Daniëlle en Annemieke een intieme sfeer en uitzonderlijke virtuositeit op het podium.
Wij nodigen u dan ook graag uit voor het concert in de Rolder kerk. De kerk is open vanaf 15.00 uur. Reserveren kan per mail naar Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. of per telefoon 0592-302806.



PROGRAMMA van het CONCERT door het DUO BUIZER en BOOT

Robert Schumann
-Adagio en Allegro

Pjotr Tsjaikovsky
Rococo variaties

Franz Schubert
Arpeggione sonate

Toelichting bij het programma

Clara en Robert Schumann
R.Schumann ( 1810-1856) – Adagio en Allegro voor cello en piano
Dit werk werd oorspronkelijk geschreven voor Hoorn en piano maar Clara Schumann vond het zo “superbe, fris en gepassioneerd”, dat Robert  besloot het ook te bewerken voor hobo, viool of cello.
De première vond plaats op 26 januari 1850.
Adagio – Langzaam met een innige uitdrukking  overgaand in Snel en Vurig.
Het thema, gespeeld door de cello, wordt begeleid door rustige akkoorden van de piano. Het is eigenlijk een Nocturne (nachtstuk) vol emotie en poëzie.
Het Adagio gaat direct over in een Rondo met als vorm A (refrein)-
B (Couplet) A-C-A-B-A.
-    wat bij een Rondo het meest opvalt is het steeds terugkeren van hetzelfde melodische gegeven (A).
Na een kort intermezzo (etwas ruhiger) wordt teruggekeerd naar het meditatieve klimaat van het Adagio.


P.I.Tchaikovsky (1840-1893) –*Rococo Variaties.Opus 33

“Zeg,Fitzenhagen, ik voel me echt plezierig….opgewekt….een beetje
rococo” aldus Tchaikovsky tegen Fitzenhagen  (een bevriende cellist), na een
gezellig drinkgelag.
Hij neuriet een aardig melodietje, een soort Gavotte. De cellist gaat er op in:
” Wanneer je dat nu eens uitwerkt is het misschien wel wat voor mij; iets met versieringen en vogelgeluiden, maar het geheel moet toch een danskarakter hebben”.
En dat was het begin van de geboorte van de Rococo Variaties.

Het werk heeft de volgende delen:
Moderato quasi Andante (matig als een   Andante)
Thema  Moderato semplice (    eenvoudig)
Variatie 1 Tempo van het thema
Variatie 2 Tempo van het thema
Variatie 3 Andante sostenuto (gedragen)
Variatie 4 Andante grazioso (gracieus)
Variatie 5 Allegro moderato (matig snel)
Variatie 6 Andante (gaande)
Variatie 7 Allegro vivo (snel, levendig)


Tchaikovsky refereert hier aan de “style galante”, de galante stijl van de 18e eeuw. Maar….de componist geeft aan deze benaming slechts een ondergeschikt belang want hij geeft de cellist Fitzenhagen (z.b) alle vrijheid om veranderingen aan te brengen in het werk. o.a. het veranderen van de volgorde van de variaties en het veranderen van talrijke details in de muziek.
Na een korte inleiding van het orkest wordt het gracieuze, zangerige maar klassieke thema geïntroduceerd door de cello.
De eerste, tweede, vierde, en zevende  variatie hebben een virtuoos karakter.
De tweede wordt afgesloten met een  bijna acrobatische cadens (staartje!). De vijfde wordt gekenmerkt door een afwisselend zangerige en staccatoachtige opbouw.
In de zesde ontluikt de cantilene en neemt de vorm aan van een langzame wals waarna  in de zevende variatie het werk op briljante wijze wordt afgesloten.

*Rococo: stijlperiode na de Barok en als reactie daarop. De overdadige versieringen van de Barok werden in de Rococo veel verfijnder.       


Schubert aan het klavier
Franz Schubert (1797-1828) Sonate in a voor arpeggione en piano
Was dit werk niet geschreven , niemand zou zich de arpeggione nog herinneren. De arpeggione werd gebouwd in 1823 door de Weense instrumentmaker Johann Georg Stauffer, die vooral bekend was om zijn gitaren. Het is in feite een 6 snarige  bas viola da gamba, echter met de stemming van een gitaar. De bouwer noemde het bij voorkeur Guitarre-Violoncell.
Het wordt ook wel Guitarre d’Amour genoemd.
Hoewel Vincenz Schuster, die de sonate ten doop hield, in 1825 nog een leerboek voor de arpeggione liet uitgeven, beantwoordde het instrument niet aan de smaak van de tijd en raakte al gauw in de vergetelheid.
Schubert bracht de zomer van 1824 voor een tweede maal door als muziekleraar bij de familie Esterházy in Zseliz (het huidige Želiezovce in Slowakije). Volgens brieven miste hij er zijn vrienden,
maar ging het goed met zijn gezondheid en maakte hij een zinspeling op verliefdheid. Hij dacht op Karoline   Esterházy verliefd te zijn.
Na zijn terugkeer in Wenen schreef hij zijn sonate voor arpeggione. Het is een vlot geschreven werk met drie delen:
Allegro Moderato, Adagio en Allegretto, met de voor Schubert zo typerende stemmingswisselingen. De duistere kant heeft echter niet de overhand.
Het eerste deel- Allegro molto- is lyrisch. Het Adagio is vooral klankvol en het afsluitende Rondo is elegant van stijl. Geschreven met Karoline in gedachten???
Later is bij de uitvoering van deze sonate meestal cello, altviool of contrabas met piano gebruikt.

harm timmer

 

Fietsen langs Aa concerten 25 september 2011
Op 25 september organiseert de Stichting Rolder Concerten (SRC) een muzikale activiteit in het kader van Aa en Hunze Cultuurlijk. De gemeente Aa en Hunze is dit jaar cultuurgemeente van Drenthe. Onder het motto Aa en Hunze Cultuurlijk wordt een groot aantal culturele manifestaties georganiseerd. Wij, de SRC doen daaraan graag mee en combineren die bijdrage met ons  dertig-jarig jubileum.
De idee is dat er in de middag 7 concerten worden gegeven die via twee fietstochten van bescheiden lengte aan elkaar worden geregen. Eén fietstocht begint met een orgelconcert  in de Magnuskerk in Anloo. De andere met een concert op het orgel samen met blokfluit  in het Witte kerkje in Gasselte. Op elke route zijn er twee tussenconcerten. Beide fietstochten eindigen in Rolde waar uiteraard in de Jacobuskerk het slotconcert plaatsvindt.
Voor de programmering is een aantal aspecten van belang:
•    De SRC is haar activiteiten begonnen als commissie die orgelconcerten organiseerde. Het zou dus heel mooi zijn om het orgel een prominente plaats te geven. Het Orgel in de Jacobuskerk is momenteel in restauratie. Dat neemt veel meer tijd in beslag dan eerder voorzien. In de Jacobuskerk zal het orgel dus niet te horen zijn maar gelukkig wel bij de beginconcerten in de Magnus kerk te Anloo respectievelijk het Witte kerkje in Gasselte.
•    De routes zijn zo gekozen dat het gemakkelijk kan worden gefietst. Maar mensen die liever een ander vervoermiddel nemen kunnen dat natuurlijk doen.
•    Het is de bedoeling dat het geheel voor een brede groep liefhebbers van romantische en lichtere klassieke muziek en volksmuziek aantrekkelijk is. Bij de programmering vermijden we daarom al te zware werken.
•    De SRC beschikt ook over een vleugel in de Jacobuskerk. Die neemt een centrale plaats in bij het slotconcert..
•    Gezien de samenwerking met de Muziekschool de Hondsrug doen in elk geval enkele van de docenten mee.

Route 1                                                             Route 2

1. Anloo – Magnuskerk - 13.00-14.00 u.                  1. Gasselte - Witte Kerkje 13.00–13.45 u.
Musici: Doewe Kraster & Wim van der Laar           Musici: Harm Timmer & Manuel Claasen
Orgelspel met toelichting en koorzang             Orgelspel en blokfluit, solo en samen        
2. Gasteren – Galerie Helma Finze – 14.25 u.         2. Eext – Atelier / Galerie Vlind – 14.30 u.
Musicus: Gertie Bruin                                               Musici: Afke Wijma, Judith Bouma en       
Klassiek op accordeon: Scarlatti, Piazzolla, e.a.         Elsbeth de Jong=                                                 
Piano trio met verrassingen

3. Balloo – Schaapskooi – 15.30 u.                3. Anderen -Auberge St.Hubert – 15.25 u.
Musici: Madlot – volksmuziek uit de lage landen   Musici: Duo Fiselier – gitaar en zang  
Instrumenten: oud Nederlandse doedelzakken,    met liederen van Sor en Giuliani
trekharmonica, rommelpot en allerlei fluiten.

4. Rolde – St. Jacobuskerk – 16.30 – 17.30 u.
Musici: duo Mephisto – quatre-mains op onze mooie vleugel

 

 

24 APRIL 2011 OM 15.30 UUR

PAASCONCERT PIANODUO MEPHISTO PROGRAMMA

Isaac Albéniz
Pavane Capricho
Aragón Fantasia

Johannes Brahms
Neue Liebeslieder Walzer Opus 65a

Francis Poulenc
Sonata
- Prelude
- Rustique
- Final

PAUZE

Edvard Grieg
Symphonische stukken Opus 14
- Adagio Cantabile
- Allegro Energico

Maurice Ravel
Rapsodie Espagnole
- Prélude à la nuit
- Malagueña
- Habanera
- Feria

Paasconcert in de Rolderkerk

Op 24 april, 1e Paasdag, organiseert de Stichting Rolder Concerten (SRC) in de Jacobuskerk te Rolde om 15.30 uur een Paasconcert met het jonge en succesvolle Pianoduo Mephisto uit België.

Katrijn Simoens en John Gevaert studeerden in 2007 samen af aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium van Antwerpen en vervolmaakten zich nadien aan het Conservatorium van Amsterdam bij Jan Wijn en Willem Brons. Ze wonnen in 2010 eerste prijzen op internationale concoursen in Noorwegen en Frankrijk.

Het duo geeft regelmatig concerten in binnen-en buitenland.
Zo waren ze reeds te horen in het Kasteel van Versailles en in het 'Chamber Music Session Festival' in Kiev, Oekraïne. Blikvangers voor 2011 zijn alvast hun concerten in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, de Opera van Lyon en op het Griegfestival in Oslo.

Op het programma in Rolde staat werk van Albeniz, Brahms, Grieg, Poulenc en Ravel.
Met dit prachtig repertoire brengen John en Katrijn een intieme sfeer en uitzonderlijke virtuositeit op het podium.

RESERVEREN KAN PER E-MAIL NAAR Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.



 

27 MAART 2011 OM 15.30 UUR

PERSBERICHT:

Zondagmiddagconcert op 27 maart door de violiste Joanna Wronko en de pianist Frank van de Laar.
Stichting Rolder Concerten organiseert op zondagmiddag 27 maart om 15.30 uur in de Jacobuskerk in Rolde een concert door de violiste Joanna Wronko en de pianist Frank van de Laar.
Joanna Wronko werd geboren in Lodz in Polen in 1980 en ging op zesjarige leeftijd naar de Speciale Muziekschool voor zeer begaafde kinderen. Na haar eindexamen aan de Muziekschool verhuisde ze naar Duitsland. Zij studeerde bij Magdalena Rezler en Wolfgang Marschner in Freiburg waar ze in 2004 haar diploma behaalde. In 2007 gaf ze een recital in de Musikhalle in Hamburg en daar deed ze voor haar solisten-diploma een uitgebreid repertoire-examen. In januari 2008 trad ze op met het Hamburg Symphonie Orkest als soliste in een uitvoering van het Tweede Vioolconcert van Bela Bártok. Daarmee rondde ze haar solistenopleiding af bij Kolja Blacher.
Ze kreeg vele uitnodigingen om op te treden in concertzalen in heel Europa en speelde in het Rudolfinum in Praag, in de Estonia Concert Hall in Tallinn, in de Slovaakse Philharmonie in Bratislava, de Sibelius Academie in Helsinki en in Diligentia in Den Haag. Haar debuut in het Concertgebouw in Amsterdam vond plaats in 2007.
Frank van de Laar begon met pianospelen toen hij tien jaar oud was. Hij studeerde piano aan het Sweelink Conservatorium in Amsterdam bij Jan Wijn. Hij studeerde af in 1989 met de hoogste onderscheiding. Daarna studeerde hij verder bij Karl-Heinz Kämmerling in Hannover en bij Naum Grubert in Amsterdam.
In 1988 debuteerde Van de Laar in de Grote Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam. Sindsdien speelde hij als solist in de meeste landen van Europa, in Rusland en in India. Hij is ook hoofdvakdocent piano aan het ArtEZ Conservatorium in Arnhem en Zwolle.
Zijn repertoire gaat van Bach tot hedendaagse componisten. Hij is ook actief in de kamermuziek. Van de Laar heeft cd-opnamen en opnamen voor radio en televisie gemaakt.
Het programma voor 27 maart bestaat uit werken van Franz Schubert, Ernst Chausson, Karol Szymanowski, Francis Poulenc en Jean Sibelius.
In ons programmaboekje vindt u een interessante toelichting bij de te spelen werken.
De toegangsprijs is € 12,50 waarbij inbegrepen, in de pauze, koffie of thee. Kinderen t/m 15 jaar, onder begeleiding, hebben gratis toegang.


Toelichting bij het programma van Joanna Wronko en Frank van de Laar


Fr. Schubert (1797-1828) Sonata D Major, D 384.op post.137,1
Allegro
Andante
Allegro

Schuberts kamermuziek omvat vele werken waaronder de drie Sonates opus 137, voor viool en piano, gecomponeerd in 1816.
Het is niet bekend of dit drietal ooit in het openbaar tijdens zijn leven is uitgevoerd
Pas in 1836 werd opus 137 door de Weense uitgever Diabelli gepubliceerd onder de titel “Sonatinen”. Merkwaardig dat de uitgever hier “Sonatinen” schrijft terwijl Schubert ze schreef met als titel:
“Sonaten für das Pianoforte mit Begleitung der Violine”.

Deze Sonate is de enige van de drie die maar drie delen bevat. (z.b)
Door zijn beperkte omvang en de wat minder hoge technische eisen die aan de uitvoerenden worden gesteld, kunnen we hem toch het beste sonatine noemen.


In het Allegro wordt het hoofdthema al meteen unisono (alle stemmen klinken gelijktijdig op de zelfde toonhoogte) geëxposeerd en verderop breed
uitgesponnen.


1e thema

Het tweede thema, ritmisch sterk contrasterend,verschijnt pas in maat 49. In de Doorwerking wordt hoofdzakelijke het eerste thema gebruikt


Het Andante, in A majeur, heeft een driedelige vorm A – B – A.
Het heeft een marsachtig, capricieus karakter met z’n gepunteerde ritme en z’n voorslagen.
Een thema vol Mozartiaanse gratie, met de piano in de hoofdrol, verschijnt en tenslotte omspeelt de viool het door de piano aangegeven thema.


Allegro Een Scherzo leek Schubert toch onontbeerlijk en  in de vorm van een Rondo ( refrein –couplet –refrein enz) in een 6/8 maat spelen de beide instrumenten er lustig op los, elkaar aflossend en aanvullend.

 

Ernest Chausson (1855 – 1899)  Poème opus 25.

Chausson, een Parijse aristocraat,studeerde aanvankelijk rechten maar maakte later toch de overstap naar het Conservatorium waar hij leerling werd van Jules Massenet. Later nam hij privéles bij Cesar Franck en werd diens meest begaafde leerling.
Het Poème opus 25, uit 1896, is een soort rapsodie voor viool en orkest. De titel verwijst naar de poëtische inhoud.
Hij zei zelf over dit werk:”Het behoeft geen nadere verklaring, er is geen handeling, slechts gevoel”.
Chausson baseerde zijn Poème op een verhaal van de Russische schrijver Toergenjev. Een verhaal over twee Italiaanse vrienden, rivalen in de liefde. Valeria trouwt met Fabio en de muzikale Muzio, die zich voorneemt niet meer terug te keren voordat zijn passie gedoofd is, vertrekt. Na vijf jaar omzwervingen in het verre oosten keert hij evenwel terug. Tijdens het diner maakt hij zijn oude vrienden deelgenoot van zijn reizen. Tegen het einde van hun samenzijn speelt hij op zijn curieuze Indische viool muziek die steeds gepassioneerder wordt.

Het eerste manuscript van Chausson’s compositie draagt de titel Le chant de l’amour triomphant.  Hartstochtelijke impulsen verdringen zo nu en dan de lyrische stemming van het Poème maar het eindigt in dezelfde innige rust als waarmee het begon.
Het werk werd in 1898 in Leipzig uitgegeven en werd al snel de lievelingscompositie van de grote Franse violist Jacques Thibaud die  het- net als de transcriptie ervan – vaak uitvoerde.

 

Karol Szymanowski (1882 – 1937)  Mythes opus 30 (1915)
La Fontaine d’Arthuse
Narcisse
Dryades et Pan

Szymanowski groeide op in een Poolse enclave in de Oekraïne.
Al heel jong werd hij kreupel en zijn ouders stuurden hem in 1910 naar het Conservatorium van Warschau. Uit die periode dateert o.a. een vriendschap met Arthur Rubinstein. Later brak hij een lans voor de Poolse muziek met zijn groep Jong Polen. Hij reisde veel en op een van zijn reizen naar Parijs leerde hij muziek van Debussy, Ravel en Strawinsky kennen. Deze muziek heeft veel invloed gehad op zijn componeertrant.
Zijn beroemde vioolconcert ontstond in 1916 met assistentie van de violist Pawel Kochański, die er de cadens voor schreef. Voor dezelfde violist componeerde hij zijn Mythes.
In de Mythes geeft Szymanowski een eigen interpretatie  van het Impressionisme. Samen met Kochański ontgon hij de mogelijkheden van het gebruik van allerlei toonkleuren.
Gecompliceerde samenklanken, tremolo’s en streekeffecten, ja,zelfs het gebruik van kwarttoon intervallen was hem niet vreemd.

De inspiratie voor Mythes vond hij in de Griekse mythologie.
Het is misschien wel zijn beste werk en zeker een van de beste werken uit de literatuur voor viool en piano. Zoals hierboven al gezegd kunnen we de Mythes als het begin zien van de rijpere “impressionistische” periode van de componist.

La Fontane d’Aréthuse is een stemmingsstuk en begint met een magisch schemerende pianoklank – het waterspel van de bron.
Het is een impressie van de nimf Aréthusa die in een bron verandert ( op het eilandje Ortygia bij Syracuse)
Een hoge, zingende melodie voor de viool ontspringt uit het niets en beheerst al spoedig de Scène. Na een kort middendeel – molto agitato- worden we in een gevarieerde Reprise (herhaling) teruggevoerd naar het opspattende waterspel van de bron.


Narzissus

Narcisse. In tegenstelling tot La Fontaine d’Aréthuse wat atmosferisch van karakter is Narcisse – Narzissus – verhalend.
Hij wordt, bij het zien van zijn eigen spiegelbeeld in een meer, verliefd op zichzelf en verandert in een bloem. In dit miniatuur gedicht ligt de klemtoon meer op het gedragen, melodische element dan in La Fontaine…..en we vinden twee duidelijk gedefinieerde thema’s die als eerste en tweede thema fungeren. Een akkoordisch motief representeert Narzissus, die zijn spiegelbeeld in het water bewondert.
In een afsluitend Coda loopt de toon van verlangen en pathos uit naar een moment van bezinning waarin de belangrijkste thema’s nog eens
verklankt worden.


Dryades et Pan, dit is een Scherzo fantastique  waarvan de opbouw heen wijst naar een quasi-balletscenario. In dit deel zouden we kunnen spreken van een zich ontwikkelend verhaal.
Dryaden (boomnimfen die er uitzien als mooie vrouwen) dansen in een murmelend woud waarin een hete zomerwind waait. De dans breekt
plotseling af als Pan’s fluit vanaf de heuvels te horen is.
Nu nemen de Dryaden hun orgiastische dans weer op maar de god Pan neemt er nu natuurlijk ook deel aan. Na een “Pan”-nischer extase  vallen de doodvermoeide dansers neer en nu pakt Pan zijn fluit en verdwijnt.
Het suizen van de wind neemt af en verstomt uiteindelijk en tenslotte is alleen nog de verre klank van de fluit van Pan te horen.

 

Francis Poulenc  (1899 – 1963) –Sonate
Francis Jean Marcel Poulenc werd in 1899 geboren als telg uit een industriële familie. Zijn moeder, zelf begaafd pianiste, gaf hem zijn eerste piano lessen. Op zijn 15 kreeg hij les van Ricardo Viñes, een vriend van Debussy en Ravel. Als componist was Poulenc vrijwel autodidact. Zijn eerste composities stammen uit zijn 18e levensjaar.
Hij ontving van Charles Koechlin enige jaren compositie-aanwijzingen.
Hij maakte deel uit van de “Groupe de Six”, waarvan ook George Auric, Louis Durey, Arthur Honneger, Darius Milhaud en Germaine Taillefairre deel uitmaakten.

Men zei van Poulenc dat hij nieuwe melodieën wist te maken in een tijd waarin men van mening was dat er op dat terrein weinig nieuws meer te ontwikkelen was. Zijn composities zijn sterk op de melodie gericht en kunnen daardoor op de luisteraar overkomen als een opeenvolging van grotere en kleinere thema’s, zonder dat die diepgaand worden uitgewerkt. Poulenc schreef werken in allerlei muzikale genres.

Zijn Sonata dateert uit 1942/43 en is opgedragen aan de vermoorde Spaanse dichter Frederico Garcia Lorca en is geschreven voor de bij een vliegtuigongeluk omgekomen, zeer begaafde Franse violiste, Ginette Neveu.

Het werk heeft drie delen:1. Allegro con fuoco
2. Intermezzo (Très lent et calme –
Modéré sans lenteur)
3. Presto tragic
In het Allegro worden we meteen geconfronteerd met de typische
kenmerken van Poulencs muziek: grote tegenstellingen en verrassende metamorfosen. De viool speelt op grillige wijze het openingsthema, daarbij ondersteund door hamerende piano klanken. Bij dit openings thema moet men denken aan Poulencs vriend, Igor Strawinsky. Het domineert het hele eerste deel en is de basis voor zowel de rustiger, melancholische passages als voor verdere “uitbarstingen van woede”.
De emoties worden sterker  totdat er wordt afgesloten met een onverwacht akkoord.

Intermezzo-Dit deel is gebaseerd op een citaat uit een vers  van Garcia Lorca “ La Guitarra haas Ilorar Los Suenos”.  ( De gitaar laat de dromen huilen).  De piano begint met een motief en de viool valt in met  pizzicato (tokkelend) spel wat doet denken aan het plukken-aan-de gitaarsnaren. Poulenc zelf zei dat hij dit deel wilde bezielen met een bepaalde Spaanse sfeer. Daarna volgt een korte lyrische zin. Het spel tussen piano en viool kabbelt sfeervol verder en wordt extatischer.
De lyrische vervoering stijgt en daalt en de piano komt met hoekige, onrustige akkoorden die overgaan in een geharmoniseerde (van akkkoorden voorzien) viool melodie; het Intermezzo eindigt met een vreemd, niet opgelost glissando (traploos verglijden van de tonen).

Presto tragico Prachtige Poulencse melodieën strijden hier om de voorrang. Het is letterlijk een gevecht, de piano gunt de viool geen
ruimte maar……uiteindelijk zingt dan de viool toch zijn prachtige zang en lijkt de rust herstelt. Niets is minder waar. Elk instrument strijdt in een rush om de voorrang in excelleren, de een nog venijniger dan de ander maar dan slaat toch de “vermoeidheid”toe en het tempo wordt teruggenomen en de sfeer wordt somberder. Een oneven Coda (staartstuk)  lijkt dit deel af te sluiten met  een rustige “ongepaste” grijnslach maar ondergraaft dit door een laatste woede uitbarsting. En dan….applaudisseert U nog niet want…….?????????

 

Jean Sibelius (1865 – 1957)  2 Humoresques op.87 no. 1&2

Jean Julius Christian Sibelius was Fins componist. Zijn werk karakteriseert het meest de Finse identiteit.
Talloos zijn de werken die hij schreef. De bekendste zijn: Finlandia, Valse Triste, de Zwaan van Tuonela en zijn vioolconcert.
Sibelius had een zeer eigen visie op de stijl waarin hij zijn werken schreef: “waar andere componisten zich bezig houden met het produceren van cocktails geef ik het publiek puur koud water”.
Sibelius was zelf een goed violist en hij schreef verschillende werken voor dit instrument.

De Humoresques  ( humoristische, korte verhalen)zijn hier een onderdeel
van. De 6 Humoresques die hij schreef worden verdeeld in twee groepen, Opus 87 en Opus 89. Hij schreef ze in 1917-1918. Tijdens de 1e W.O. had Sibelius het financieel moeilijk en moest in zijn levensonderhoud voorzien met het schrijven van commercieel vatbare muziek. Daarbij was veel teleurstellend werk, bv de Vierdaagse van het Opus 91 of de Suite champêtre, opus 98 b.
Maar de Humoresques staken hier toch duidelijk met kop en schouders bovenuit, hoewel het wat de frequentie van uitvoering betreft, eigenlijk bij de 1e en 2e is gebleven.
Oorspronkelijk werden ze geschreven voor een grotere bezetting: strijkers, houtblazers, twee hoorns en pauken.
Ze hebben beide een kleurrijke harmonische basis en ook ritmisch zijn ze interessant. Vanmiddag hoort U ze in een bewerking voor viool en piano.

harm timmer.
gasselte

18 MAART 2011 OM 20.00 UUR

DUO NYNKE EEKHOF PIANO EN ANNELOES VOLMER MEZZOSOPRAAN EN

ACTEUR JOOP KEESMAAT:

Geïnspireerd door Goethe
Zijn schrijven, zijn reizen, zijn roem

 

PROGRAMMA   
WOLFGANG AMADEUS MOZART (1756-1791)     
Das Veilchen          

LUDWIG VAN BEETHOVEN (1770-1827)
Uit „drei Gesänge von Goethe“, op.83       
1. Wonne der Wehmuth         
2. Sehnsucht          

Mignonliederen uit Goethe’s roman „Wilhelm Meisters Lehrjahre“:
FANNY MENDELSSOHN – HENSEL (1805-1847)
1. Sehnsucht nach Italien „Kennst du das Land“ 1822     
2. Mignon „Nur wer die Sehnsucht kennt“ 1826

FRANZ SCHUBERT (1797-1828)
1. „Kennst du das Land“ D 321        
2. „Nur wer die Sehnsucht kennt“ D 877/4, op.63,4     
3. „Heiß mich nicht reden, heiß mich schweigen“ D 877/2 op.62,2    
4. „So lasst mich scheinen“ D 877/3, op.62,3

PAUZE


CARL FRIEDRICH ZELTER (1758-1832)
Vanitas! Vanitatum vanitas!                
FRANZ SCHUBERT (1797-1828)
Geheimes D 719, op.14,2        
Liebhaber in allen Gestalten  D 558                    
Uit Goethe’s „West-östlicher Divan“:
ROBERT SCHUMANN (1810-1856)
Lied der Suleika (nr.9 uit „Myrten“, op.25)       
2 liederen, nr.5 en nr.6 (uit „dem Schenkenbuch im Divan“)    
Freisinn nr.2                  
LUDWIG VAN BEETHOVEN
Mailied op. 52 nr. 4

 

 

Ons eerstvolgende concert is op 27 februari om 15.30 uur en wordt gegeven door Giardino musicale met het programma Bach & Zn.

Johann Sebastian Bach (1685-1750)
Sonata V in F groot, BWV 529 (arr. Giardino Musicale)
voor altblokfluit, viool en basso continuo
Allegro ~ Largo ~ Allegro

Johann Christoph Friedrich Bach (1732-1795)
Sonate in G groot
voor cello en basso continuo
Allegretto ~ Rondeaux

Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788)
Triosonate in F groot, Wq 163
voor basblokfluit, altviool en basso continuo
Un poco andante ~ Allegretto ~ Allegro

PAUZE

Johann Sebastian Bach
Ricercar a 3 uit: Musikalisches Opfer BWV 1079 (arr. Giardino Musicale)
voor viool, oboe da caccia en cello

Wilhelm Friedemann Bach (1710-1784)
Fantasia in a klein, Fk 23
voor klavecimbel

Johann Christian Bach (1735-1782)
Kwartet in C groot
voor hobo, viool, cello en klavecimbel
Allegro ~ Larghetto ~ Rondo Allegro


Giardino Musicale
Eva Harmuthová ~ hobo, blokfluiten
Aira Maria Lehtipuu ~ viool
Elske Tinbergen ~cello
Claduio Barduco Ribeiro ~ klavecimbel


'Giardino Musicale' staat voor een tuin vol muzikale bloemen.
Grote spectaculaire bloemen, en ook heel kleine, tere exemplaren.
Een grote variatie aan contrasterende en harmoniërende kleuren en verschijningsvormen.

Het internationale barokensemble Giardino Musicale is opgericht door Eva Harmuthová en Elske Tinbergen.
Het ensemble wordt, afhankelijk van het programma, gevormd uit een vaste groep instrumentalisten en zangers.
Binnen ieder programma wordt echter ook de ruimte gegeven aan de individuele instrumenten.
Het repertoire van het ensemble omvat grote en kleine werken, van vroeg Barok tot pré Klassiek.
Giardino Musicale wil een podium zijn voor bijzondere ‘onontdekte’ muziek.
Ieder concert wordt verlevendigd door een mondelinge toelichting met achtergrondverhalen, 'spicy details' en hun samenhang.


De Tsjechische Eva Harmuthová studeerde blokfluit aan het Rotterdams Conservatorium (1998-2000) bij Thera de Clerck en Han Tol. Vanaf 2000 vervolgde zij haar studie aan het Koninklijk Conservatorium bij Reine-Marie Verhagen, Peter van Heyghen en Heiko ter Schegget, waar zij in 2003 haar Bachelor's diploma behaalde. In 2005 volgde het Master's diploma met de specialisatie Blokfluit/Kamermuziek. In 2006 heeft zij haar Master´s studie muziekpedagogiek op het Koninklijk Conservatorium afgesloten, met als specialisatie: educatie van jonge professionals op het gebied van blokfluit en uitvoeringspraktijk van oude muziek.
In 2005 is Eva gestart met lessen barokhobo bij Diegro Nadra. In 2011 zal zij haar Bachelor's diploma barokhobo behalen bij Frank de Bruine aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.
Eva heeft lesgegeven in de Jong Talent Klas van het Koninklijk Conservatorium en op het Conservatorium van Brno. Tevens gaf zij enkele cursussen in Tsjechië (Kroměříž, Šumperk). Momenteel is zij docent aan het Koorenhuis in Den Haag en de Kelč Summer School of Early Music in Tsjechië.
Masterclasses werden gevolgd bij specialisten zoals Marion Verbruggen, Peter Holtslag, Sébastien Marq, Jacques Ogg, Ton Koopman, Alfredo Bernardini, Katharina Arfken and Ensemble Florilegium.
In 2009-2010 was Eva lid van het European Union Baroque Orchestra. Als solist, kamermusicus en orkestlid heeft zij gespeeld met verschillende Tsjechische, Nederlandse, Amerikaanse en Mexicaanse ensembles (o.a. The Northern Consort, Czech Baroque Ensemble, Concerto Barocco en leden van the Händel & Haydn Society-Boston).
Binnenkort zal Eva optreden met het Luthers Bach Ensemble o.l.v. Ton Koopman.

De Finse Aira Maria Lehtipuu studeerde viool in Finland en tevens aan de Franz Liszt Academie in Boedapest. In 2002 behaalde ze haar diploma vioolpedagogiek aan het Finse Lahti Conservatorium, waarna zij zich specialiseerde in barokviool. Hierin studeerde zij in 2007 af aan het Conservatorium van Helsinki bij  Kreeta-Maria Kentala en in 2010 aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Enrico Gatti. Ze volgde masterclasses bij Sirkka-Liisa Kaakinen-Pilch en Elizabeth Wallfish.
Lehtipuu is sinds 1998 lid van verschillende Finse oude muziek ensembles, en vanaf 2005 met het European Union Baroque Orchestra ook elders in Europa. Zij heeft de kans gehad samen te spelen met en te worden geïnspireerd door bijzondere musici in ensembles zoals Capriccio Stravagante, L’Arpeggiata, Helsinki Baroque Orchestra, Holland Baroque Society en Al Ayre Español. Momenteel richt zij zich meer op het maken van kamermuziek. Aira Maria is prijswinnaar van het internationale barokvioolconcours Premio Bonporti 2010. Naast haar liefde voor de oude muziek, houdt zij erg van het spelen en uitvoeren van Finse en Scandinavische volksmuziek.

Elske Tinbergen studeerde cello bij Ran Varon en barokcello bij Viola de Hoog, Jaap ter Linden en Lucia Swarts. Tevens specialiseerde zij zich in het bespelen van de violoncello piccolo. Masterclasses volgde zij bij Anner Bijlsma.
Elske maakte een aantal jaren deel uit van het European Union Baroque Orchestra. Met Les Musiciens du Louvre o.l.v. Marc Minkowski speelde zij in de Nederlandse Opera productie van Händel's Giulio Cesare (2001), en nam vervolgens deel aan verschillende projecten van hetzelfde gezelschap. Zij werkte  mee aan de CD-opname 'Rameau: une symphonie imaginaire', die een Edison 2006 heeft gewonnen.
Tevens speelde zij in de Boston Camerata o.l.v. Joel Cohen en het Utrechts Barok Consort olv Jos van Veldhoven.
Kamermuziek maakt zij o.a. in het barokensemble Giardino Musicale, duo Tinbergen/Boysen en La Barca Leyden. Met dit laatste ensemble zijn onlangs twee cd's opgenomen, welke binnenkort uit zullen komen. Met Ensemble l'Esprit Musical was zij prijswinnaar op het Internationale Van Wassenaer Concours 2000.
Met ingang van september 2006 is Elske part-time promovenda aan de Faculteit der Kunsten van de Universiteit Leiden, waar zij onder leiding van Professor Ton Koopman onderzoek doet naar de vroege verschijningsvormen van de cello en de muziek die voor deze instrumenten geschreven is.
Elske Tinbergen treedt regelmatig op als continuospeler, heeft een lespraktijk cello en barokcello aan huis en is daarnaast als docente barokcello verbonden aan de Studio voor Oude Muziek te Utrecht.
In de pers was o.a. het volgende over Elske te lezen: "De vitaliteit, expressie, helderheid van het koor wordt met name door de cellist Elske Tinbergen met verve beantwoord. ..... Tinbergen toont haar talent zowel in alerte begeleiding als in ijzersterk solospel" (Leidsch Dagblad).


Claudio Ribeiro is in São Paulo geboren. Hij begon zijn muzikale studie op de piano in 1983. In 1994 werd hij toegelaten tot de Universidade Estadual de Campinas (UNICAMP) waar hij zijn Bachelor Degree in Koor- en Orkestdirectie behaalde. Ook studeerde hij hier clavecimbel bij Edmundo Hora.
Hij heeft met vele ensembles in Zuid-Amerika en Europa gespeeld, zoals Seicento, Jardim Musical, La Bagatelle, Armonico Tributo - Campinas Baroque Orchestra, Vox Brasiliensis, Orquesta Barroca del Mercosul, Harmonie Universele en het Orkest van de Académie Baroque Européenne in 2002 (o.l.v. R. Alessandrini) en 2005 (o.l.v. W. Christie).
In mei 2004 behaalde hij de Bachelor Degree en in juni 2006 de Master Degree aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag bij Jacques Ogg.
Hij werkt momenteel met de ensembles Companhia de Música - Brazilië (dirigent), LOTUS, Giardino Musicale en Orkest van het COLLEGIUM MUSICUM Den Haag (dirigent) - Europa en als gast docent aan het Koninklijk Conservatorium

 

 

Ons eerstvolgende concert is op 30 januari om 15.30 uur en wordt gegeven door het 5-tallige vocale dames ensemble Wishful Singing en heeft als thema 'Babel'

‘Dat men tegen God niet plannen kan…’

Het internationaal bekroonde vocale ensemble Wishful Singing brengt op 30 januari 2011 het nieuwe programma BABEL in de Jacobuskerk te Rolde (aanvang 15.30 uur).
Een unieke muzikale en theatrale belevenis.

Onderdeel van dit programma is de speciaal door Patrick van Deurzen voor Wishful Singing geschreven compositie Turris Babel.  Het Oude Testament en 17e-eeuwse wetenschap komen samen in een hedendaagse compositie voor vrouwenstemmen, stenen, stokken en water.

Het wedijveren met God om een toren tot in de hemel te bouwen wordt geplaatst naast het bewijs dat zo’n toren onmogelijk gebouwd kan worden.

Naast zingen wordt de stem ook op andere manieren gebruikt: er wordt gesproken, gefluisterd, gehijgd.  Bouwmaterialen, zoals hout en steen, zorgen voor een muzikaal ritmische ondersteuning van het gezongen en gereciteerde verhaal.

Om de Babylonische spraakverwarring verder te benadrukken worden de andere liederen op het programma – van middeleeuwse ballades tot volksliederen -gezongen in het Engels, Zweeds, Spaans, Frans, Fins, Sanskriet, Sloveens, Ivriet, Baskisch en Nederlands.

Informatie
Plaats:   Jacobuskerk in Rolde
Datum: 30 januari 2011
Tijd:  15.30 uur
Prijs:  € 12,50


Programma ‘Babel’


Jnjen čeua jti gna’                                    
Sloveens volkslied |Arr. Ambrož  Čopi

Geshem mishamayim   Joel Engel | Arr. Gil Aldema

Trois sonnets de Louise Labé                    Vic Nees     
- O longs desirs
- Pour le retour du Soleil
- Quand j’aperçoy ton blond chef

Gitam                                                        Eero Hameenniemi                                                 
Vanha vesirotta                                          Olli Vertaperko

Turris Babel                                                 Patrick van Deurzen                                             
Pauze

Herr Olof och Havsfrun          Middeleeuwse ballade uit Scandinavië | Arr. Jenny Wilhelms

On suuri sun rantas autius  
Matti Hyökki                                                                                                                                                
El hambo                                                      Jaakko Mäntyjärvi

Jeu de  mots               
Noel oemanne                                                                                             
-French
-English

Barb’ry Ellen                                                Oud Engels volkslied | Arr. Stephen Hatfield

Izar ederra    Baskisch volkslied | Arr. Francisco Escudero  

Las Amarillas    Mexicaans volkslied | Arr. Stephen Hatfield

Are you lonesome tonight  Lou Handman | Arr. Steve Jamison   
Don’t it make my brown eyes blue          Richard Leigh | Arr. Tom Grondman

Spoorse regels                                             Arr. Iek de Vos/Matthijs Overmars                                                             
Harlekijnlied                                                 Antonia Caldara/Herman van Veen | Arr. Intrmzzo



 

 



Laatste aanpassing ( vrijdag 07 maart 2008 18:17 )
Laatst aangepast op maandag 23 januari 2012 14:57